Gruble-core
Susanne Piët

Waarschijnlijk vergaat het mij zoals de meesten: als het werkseizoen in volle gang is ontbreekt mij de rust en de tijd om echte diepe boeken te lezen. Bijvoorbeeld van door International Herald Tribune als onbegrijpelijk aangemerkte schrijvers zoals Sebold, of Pumak. Dergelijke kost bewaar ik voor de vakantie.
Als mijn hersens knersen over door bedrijven of personen aangedragen problemen (hoera, opdrachten), zwerven mijn ogen daarentegen in schaarse vrije tijd rusteloos langs de columns van koks en zangeressen, want dat schrijven voor een krant een vak zou zijn is natuurlijk een achterhaalde aanname. Of mijn geest hecht zich aan de tafelpraat van een dagelijks televisieprogramma. Veel uitspraken met tikkeltje ondeugende of zeer herkenbare zelfonthulling van het gehalte: houdt u bij de was ook altijd sokken over die niet bij elkaar passen? Zitten bij u ook de kleine pitjes van aalbessen en frambozen ver na consumptie hardnekkig irritant tussen de tanden?  
Ik ben kennelijk een sucker voor kliekjespraat, meningensnacks, slieren argumenten zonder kop of staart, maar met een zekere pit en kleefkracht. Hebbudatnouook? Ja zeker en vast wel, want, zo heb ik gemerkt, er is een markt voor.

Bewijsmateriaal even sliertig als de materie.
Nu het vakantie is, met afgezworen televisie, inclusief uitzending gemist , jammer dan, is er het boek. Deze keer stortte ik mij op een werk van een door mij, en niet alleen door mij, ze won immers diverse prijzen, gewaardeerde schrijfster Jane Smiley. Titel: Tien dagen in de heuvels. Gaat over het verblijf van een aantal eigenlijk niet uitgenodigde gasten in het huis van een regisseur, oud Oscarwinnaar, wiens roem en succes inmiddels tanen. In het huis in de heuvels van Hollywood, met zicht op het Getty museum gebeurt in wezen niets, behalve dat iedereen met iedereen een relatie van vriendschap, rivaliteit, familieband of sex heeft. Het boek bevat tien hoofdstukken, elk ervan geschreven vanuit het perspectief van steeds een ander van de tijdelijke bewoners. Hoewel de periode precies ook de tien dagen bestrijkt waarin de Verenigde Staten Irak aanvallen, richten de conversaties en observaties zich vooral op eten, gerechten, al of niet veganistisch, manier van bewegen, referenties aan scenes uit films,eigenschappen van filmsterren en herinneringen, irrelevantia dus en dan vooral aan tafel of in bed.
Waarom moest dit boek geschreven worden, vroeg ik mij al lezend af, aanvankelijk niet in de gaten krijgend dat gaandeweg die mensen op me begonnen te groeien. Deep impact , shallow talk.

Wat dus inderdaad, heel knap is van die Smiley, die dus een enorm inlevingsvermogen paart aan schrijversschap.
Van de ene vakantiedag op de volgende torste ik opeens een nieuwe familie van tien mensen met mij mee, zelfs naar bed. En ik besefte, vooral toen ik tussendoor ook nog door een krant geïnterviewd werd over de mogelijke oorzaak van het groeiende verschijnsel van twitters en tevens toevallig in een andere krant las over het opkomende Mumblecore, een fenomeen van een toenemend aantal lowbudget films van jongeren waarin de acteurs mompelen, dat ik in de val van een trend getrapt was. Een trend, die zich vermoedelijk al begon af te tekenen met een film als Lost in Translation van regisseuse Sophie Coppola. Een trend die serieuzer en projectmatiger dan twitters werd ingezet door het opmarcherende legioen van Bloggers.
 
Dames en heren, wat is hier aan de hand.
De mens, dat rare zelfbewuste en zelflijdende zoogdier, wil niet lijden maar gelukkig zijn, ook in deze onheilstijden. Hij wil zich enerzijds zichzelf haast dwangmatig als uniek persoon kenbaar maken aan anderen door persoonlijke ervaringen vast te leggen op camera, mobiel, webcam of sms, en die te delen, kennelijk ramdom met bij voorkeur onbekenden. Vermoedelijk is het dezelfde aantrekkingskrant van de boodschap in de lege fles gegooid in de oceaan, of de ballon met het kaartje eraan dat in je tuin belandt. Geen commitment, geen doel, of plan, het toeval mag er greep op krijgen.

Onzekerheid schept een band, al is het maar van wantrouwen. Voorwaardelijke intimiteit wordt mogelijk gemaakt door onze technologie.

Er heerst daarbij momenteel een voorkeur, niet voor de existentialistische pretentie of de gat in de ozonlaag bla bla bla ,maar voor luchtigheid. Dus voor juist het persoonlijke kleine eigenlijk vooral onbetekenende verhaal, zonder stijl, zonder structuur, zonder professionaliteit, amateuristisch, terloops: de viering van de flard.
De flard: datgene wat je op straat, in de trein, op het strand hoort als je passanten bellen, een zinnetje, volkomen uit context, met soms een verrassende impact: je fantaseert meteen over die ander, de relatie, de context, of je herkent precies waar dit op slaat.

Waarom we dit willen? Om houvast te hebben in een wereld waarin we verloren lopen in een shampoostraat van de supermarkt, of waarin we telefonisch praten met kunstmatige stemmen van een hulpdesk, of waarin we zelf niet meer weten welk password we hadden gekozen voor onze creditcard? Mijn God wie ben ik? Je kunt je identiteit neerzetten, zelfs een betere die je had, zelfs een nieuwe zodat je de andere achter je kunt laten als een hagedis zijn staart, zelfs een verzonnen identiteit je bent spannender dan je durft, en interessanter dan meestal blijkt, je kletst gewoon maar aan en hebt contact met iemand anders die kletst.
En om te voorkomen dat je wordt afgewezen vermijd je de persoonlijke confrontatie, het grote gebeuren, de botsing, de pijn, het afgewezen kunnen worden. Je boodschap zwerft als een moleculair deeltje in de lucht, en kan eventueel botsen met een ander deeltje, en contact maken, als het klikt.

En waarom dit kletsen in de (letterlijk haast) de ruimte? Hebben we hier een behoefte te pakken? Ik denk het echt! Vermoedelijk omdat we te bang zijn voor echt contact en te verveeld zijn door Alís Gorey Details over het einde van de wereld, omdat alles vergeleken daarbij zo nietig wordt, dat we kleine dingen nodig hebben, zomaar wat we oppikken als dennentakjes op een tweedjas. Omdat het echte nieuws te veel te groot, te diep, te erg, en te ongrijpbaar geworden is, maar vooral ook opgediend door frauduleuze woordvoerders en droog gekookt toch neerkomt op het gebruik van de gloeilamp, daarom is het nu de tijd voor conversatie patchwork. Terloops is goed.
Dialoogflarden als bedels aan je armband.


Anoniem en toch onthullend.
Diep en toch oppervlakkig.
Veelzeggend en toch cliché.
Herkenbaar en toch uniek.

Ik heb het ook, ik ben tenslotte ook maar een zoogdier van het mensensoort. Uniek en na-aper tegelijk. Kuddedier uit het renaissancebos.
Met het Hebbudatnouook-dathebikheelanders-complex.

Maar u leest het goed: de juiste mumble-toon heb ik nog niet te pakken. Het is nog een beetje grumble-core.