Space is overal, als je je maar opent.

Ruimte omgeeft ons. Altijd. Ook als je je er niet van bewust bent. Zelfs als je vindt dat je er gebrek aan lijdt. Ook als je oploopt tegen allerlei grenzen.

Net als tijd organiseerde de mens zelf de ordening in ruimte. Die organisatie heeft uiteraard voordelen. En met ieder voordeel komt natuurlijk ook een nadeel.

Meestal word je je pas bewust van ruimte door de waarneming van grenzen of beperkingen. De grote Phoenicische wiskundige Pythagoras ging uit van een “Muziek der sferen” in de ruimte. Die muziek konden wij weliswaar niet horen, omdat zij constant was. Pas bij onderbreking zouden wij het bestaan ervan vernemen. Zoiets is het oog met ruimte. Grenzen, regels, normen, borden, stoptekens, labels, cateogriseringen, zintuiglijke prikkeling en soms zelf gewoon de aanwezigheid van een naburige ruimte geven je de sensatie van ruimte of gebrek eraan. Zij zijn om te beginnen functioneel. Zij dienen ertoe om je wereld te organiseren, om je te beschermen tegen chaos, of onveiligheid, tegen invasie en verwarring. Zij stellen je soms veilig. Zij inspireren je misschien ook tot nieuwe functies ervoor, of nieuwe ervaringen. Nieuwe inrichtingen van die ruimtes. Zij definieren domeinen, territoria, zones en eigendom.

Je hebt natuurlijk verschillende soorten ruimtes (en dat is dan een ordening in labelling). Behalve fysieke ruimte is er immers ook nog zoiets als psychologische ruimte, of conceptionele ruimte, om maar te zwijgen van mentale ruimte.
Bij fysieke ruimte moet ik denken aan de schoonheid van de verkaveling die je met name waarneemt als je landt met vliegtuig in Nederland. Die rechte sloten, die Mondriaans op de vaste grond.
De Nederlandse cineast Frans Bromet nam een sindsdien tot op heden geïmiteerd initiatief om buren te volgen die met elkaar ruzie hebben. Het interessante is namelijk dat diepe psychologische drama’s met weinig ruimte voor elkaars idee, gedachten, standpunten of waarden dikwijls hun oorsprong vinden in een geschil over al of niet vermeende overtreding van territorium. Een halve centimeter kan voldoende aanleiding zijn voor diepgaand leed*). Waarover de kijker zich vervolgens kan verbazen of vermaken, met als gewin kijkcijfers... en daarmee primetime-legitimatie (spaces again, in time-slots this time, yes).

Psychologische ruimte zou eindeloos kunnen zijn maar zij wordt een issue bij ongenode invasie. 
Binnendringing triggert het gevoel, zelfs lijfelijk soms, van benauwenis, ademnood. Je vrijheid wordt beperkt, je wordt verstikt, alle energie loopt uit je weg. Dat zijn momenten dat je vluchten wil naar elders. (Dan is er nog altijd Belgie , zong ooit het Goede Doel).
Er verscheen juist een boek over het verschijnsel van emotionele vampiers, ik werd er voor Psychologie Magazine over geënterviewd. Het zijn mensen wier optreden jou de ervaring bezorgen dat je energie uit je weggezogen is, terwijl zij van de encounter juist opgefrist raken. Ik heb het beeld van een soort Gremlins die als teken in je gaan zitten en pas loslaten, als jij ze de nek omdraait of er immuun en onverschillig voor raakt.  Je hebt er verschillende varianten in, maar de hardnekkige kwaadaardige exemplaren zou je eigenlijk moeten mijden. Meer psychologische ruimte door ruimte op te geven dus.
Ruimte geven is eigenlijk ook altijd een issue voor mensen die met elkaar een liefdes of samenwoonrelatie aangaan. Je moet elkaar de ruimte geven heet dat toepasselijk.

De Amerikaanse psycholoog T. Hall heeft al decennia geleden tot op de centimeter (feet in zijn geval) aangegeven dat mensen hun persoonlijke ruimtes zowel organiseren als beschermen. Ieder individu, althans in onze cultuur (een ander domeinbeschrijving) maakt onzichtbare , maar toch zeer strenge kringen om zich heen. Hall onderscheidde vier ruimtes: de intieme ruimte van 0 tot 60 centimers, de persoonlijke ruimte van 60 centimeter tot 1m20, de sociale ruimte van 1m20 tot 2 meter en de publieke ruimte daarbuiten. Ook hier merk je die ruimtes pas op het moment dat ze worden overschreden. Als onderling onbekende mensen gedwongen worden op intieme afstand op elkaar te staan (tram, rij, lift) nemen ze hun toevlucht tot afscherm-middelen of gedrag. Bijvoorbeeld het hardnekkig anonimiseren van de blik, grote aandacht voor de lampjes die de etages aangeven dus. Afschermmiddelen zijn natuurlijk ook de krant, het boek, de i-pod, de mobiel. Die worden ook gebruikt in openbaar vervoer e.d. Om je af te schermen heb je middelen nodig, een bubble, al of niet letterlijk, waarin iemand niet ongevraagd mag binnendringen. De auto biedt je zo’n bubble. In het gevecht met het openbaar vervoer wint de auto vooral om die reden. In trein en tram kunnen anderen binnendringen, al was het maar met luide mobiele conversaties. Interessant ruimtegevecht: In New York is een passagier gearresteerd omdat hij de mobiel van een luidkeel bellende mevrouw die zich in een zogenoemde Stilte coupe bevond, uit het raam van de trein had gegooid!

De bubble is een manifestatie van de comfortzone. De comfortzone is immers een conceptuele ruimte volgens een persoonlijke formule. De grenzen ervan worden aangegeven door twee soorten behoeftes. De eerste behoefte is aan zekerheid, veiligheid, sociale bevestiging en de neiging om ergens bij te willen horen. De andere behoefte wordt gekenmerkt door een zucht naar avontuur, uitdaging, gevoel van thrill, sensatie, grens verleggen, groei en de wil om uniek te zijn. De comfortzone is een interessant persoonlijk domein. Marketingtechnisch bijvoorbeeld omdat je iemand kunt verleiden tot nieuw gedrag, als je weet hoe je hem uit zijn comfortzone kunt lokken. En daarvoor moet je dus iets begrijpen van die formule. Ik werk ermee voor marketeers maar ook voor managers. Die groepen hebben namelijk met elkaar gemeen dat zij mensen moeten motiveren, vaak tot nieuw of ander gedrag of houding..

Sociaal gezien is het verschijnsel dat mensen zich van elkaar isoleren en de blik op anoniem zetten in urbane omgeving dus volledig verklaard. Het is echt gemakkelijker om een spontane groet terug te krijgen op het platteland, waar meer fysieke ruimte wordt beleefd dan in de stad.

Vooral in de stad hebben mensen soms weinig ruimte, of zijn ze wanhopig op zoek naar ruimte. Anderzijds trekken ze er juist wer heen vanwege de grotere geestelijke ruimte. 
Interessant is de uitvinding van virtuele ruimte: een hele nieuwe dimensie erbij. Je kunt je wanen in allerlei landen, netwerken, plaatsen en zelfs alternatieve levens, zoals Second Life. Ik trainde eens de telefoonkamer van Nintendo en was getuige van de wonderlijkste conversaties: Waar ben je nu, al in de buurt van de muur? Heb je er de sleutel al gevonden?
Maar hoewel de virtuele ruimte ruimte oplevert, is zij tegelijkertijd het strijdtoneel geworden van een oorlog. De oorlog om plaats op de pagina, steeds meer al of niet geestige invaders bezetten je pagina’s. En de domeingevechten, wie is eigenaar van een naam, liegen er niet om. Zowel Emotiemanagement als de Emocode, beide titels van mijn boeken en dus beschermd zou je zeggen door de grondwettelijke auteursrecht, zijn na publicatie wederrechtelijk genaast door anderen. Maar dat recht moet je vervolgens weer claimen, met alle bezetting in je kop van dien.

Al sinds mijn dissertatieonderzoek, Het Loon van de Angst, houd ik me bezig met het verschijnsel dat mensen, voor zover mij bekend als enig diersoort kennelijk compulsief gemotiveerd zijn om grenzen te verleggen. Niet alleen die van anderen, zoals zo-even beschreven, maar ook hun eigen grenzen. Ontdekkingsreizigers, avonturiers, (top-)sporters, maar ook innovators en ondernemers. Vooral als ze dat stapje voor stapje doen, ontwikkelen zij hun prestaties en groeit hun talent en kunnen, terwijl ze onderweg ook nog beloond worden met gevoelens als kick, meesterschap, beheersing, identiteit, zelfvertrouwen en geluk. Dit is een kort door de bocht versie van mijn kickmodel*).

Natuurlijk zijn trendwatchers per definitie grens verleggers. Zij kijken verder dan het nu, verder dan hun neus lang is. Zij voorspellen wat er aan de horizon te wachten staat aan gemene smaak- en voorkeurdeler. Zij verruimen in die zin de ruimte van het gangbare. Zij beloven intussen tevens een toekomst. Zij brengen nieuw geluid en tevens zekerheid over de sociale afstemming ervan. Zij verzekeren de mens van de toekomst, marktaanbieders en –afnemers, dus van comfortzones.

Als mens hebben we aangeboren een idee over grenzen en tevens een neiging om ze te maken en verleggen. We komen uit de baarmoeder, en dat is meteen een major passage. We zitten in een gezin. We bouwen een leefgemeenschap. Zo ging het al sinds het ontstaan van de mensheid. Het begin van de wereld, het begin van het heelal, dat heel ver is.
Hoe langer je keek,
Hoe verder het leek,
Luidt het gedicht van Jules Deelder, getiteld Heelal.
Geen wonder dat chaos nu juist aan het begin van alles staat.

Vrije ruimte is er, maar de mens verkavelde het mentaal, psychologisch, fysiek. Om niet verloren te raken in een ruimte heb je oriëntatie nodig. Een baken. Je bent hier. Anderzijds heb je ook een idee van richting nodig. Een belofte van een toekomstige bestemming. Onderweg. En je hoopt op inspiratie van kleur, muziek, schoonheid, gevoel voor elkaar. Op je doel ga je af. Dat geeft je kleur in het leven, motivatie om door te gaan, levenssappen. 
Het zoeken naar gids voor onderweg levert markt op, van coach tot reisleider, van goeroe tot navigator, van bewegwijzeraar tot trendwatcher. 

www.twoty.nl