Stop de persen
Susanne Piët - januari 2004

Een paar weken geleden ging de telefoon. Iemand van een radioprogramma. Ze wilden een discussie ontketenen over het nut van lezen. Of ik dan het standpunt in wilde nemen dat lezen niet meer hoeft. De televisie geeft al alle nodige informatie.
Ik heb het niet gedaan. Nooit van mijn leven. Ja, hadden ze gezegd: In de praktijk gebeurt het al. Jongeren lezen al haast niet meer. Al heb ik een hoop: ze lezen namelijk wel internet.

Ik wil een pleidooi houden voor het gedrukte woord, bij voorkeur in de krant (maar desnoods op het computerscherm). Televisie is prachtig hoor, voor ontroering en vermaak. Maar de krant is pas een inhoudelijk medium. Alles wat geschreven is kun je lezen naar eigen behoefte. Je kunt snel of langzaam lezen, je kunt stukken overslaan of juist nog eens teruglezen, je kunt alles achterstevoren lezen. Eigenlijk kun je haast met één blik overzien waar het artikel over gaat. Televisie maakt je als mens totaal afhankelijk. Je moet maar afwachten of het leuk wordt. Soms moet je lang wachten voordat je snapt waar het overgaat. Die afhankelijkheid van inhoud vergt steeds hoge aandacht. Daarom bestaan inhoudelijke rubrieken uit kleine stukjes. Soms heet een item van 2 minuten al een documentaire!

Televisie is gewoon ongeschikt als inhoudelijk medium. Op televisie zié je iets gebeuren, dat werkt op je emotionele systeem en dat leidt af. Kijkers delen in volgens sympathie of antipathie, warm of koud. De make-up en voortal de hairdo kan daarin al beslissend zijn. Je wordt meegesleept, je windt je op, je vindt iemand er niet uitzien en het programma is al verder.
Er treden mensen in op, die (een belangrijk beslissingsmoment voor acceptatie) eruit zien of er niet uitzien. Geluid doet ook een hoop: Die praten met warme donkerbruine, of bitse stemmen. Hans van Mierlo ja, Paulien Broekema nee. Het maakt een slok op een borrel uit hoe iemand iets zegt, meer dan wat hij zegt. En als er iemand gehuild heeft, met name mannen (Bram van Splunteren van de VPRO-televisie, voetballer Frank de Boer) dan praten ze er nog weken over. Televisie veroorzaakt voornamelijk ook dat het wereldgebeuren wordt gemarginaliseerd. In de week waarin door een column van Heleen van Rooyen in Het Parool publiek werd gemaakt dat de Amsterdamse wethouder Rob Oudkerk klantervaring had bij hoeren op discutabele werkplekken, verkondigde de voormalig Ierse president Mary Robbins dat 25 miljoen kinderen op de wereld wees zijn door de verwoestende werking van aids op hun ouders. Ze kreeg 2 minuten zendtijd. Oudkerk trad in de twee weken daarna herhaaldelijk op, soms wel in een uur lange talkshow. En hij had eigenlijk niets te zeggen.
Menig inhoudelijke politicus concentreerde zich tot zijn ondergang op inhoud en verliest het nu in die televisieterreur, waarin uitstraling belangrijker is dan inhoud. Maar erger is het effect van het omgekeerde: domme of gewetenloze politici die met gloedvol gebrachte drogredeneringen en charmerende acties de wereld opofferen aan de belangen van hun achterban (die hun campagnes betalen bijvoorbeeld). Vrijwel alle politici laten adviseurs opdraven om aan die uitstraling te werken en de marges van politiek correct worden zorgvuldig bewaakt.
Als een Amerikaanse presidentskandidaat wil winnen zal hij misschien, net als Bush de vorige keer op het grasveld moeten verschijnen met vrouw, kinderen, kleinkinderen en de hond Wimpy. Dat hij heeft kunnen winnen zonder dat hij verkozen is, is een mysterie. Onze eigen regering is ook een voorbeeld van resultaat zonder stemmen. Het mysterie heeft een naam: de media, dat wil zeggen de televisie, met in haar kielzog de bladen en andere gedrukte media.
Televisie beklijft emotioneel, al is dat de meest invloedrijke vorm voor emotioneel ontvankelijk publiek. Inhoudelijk niet, zoals een gedrukte tekst. Wie kan vlak na een journaal-uitzending nog navertellen wat er allemaal ingezeten heeft? Soms maken de journaallezers en vooral de correspondenten het je ook wel erg moeilijk. Ze verstaan namelijk als geen ander de kunst om precies op de verkeerde woorden de nadruk te leggen. Trouwens: de journalistiek verstaat als geen ander om in het wereldgebeuren op de verkeerde dingen nadruk te leggen, zij laat zich in de luren leggen van comunicatie-adviseurs, praat andere bladen na en is te lui en te zuinig met zelf te onderzoeken en dat geldt niet alleen de televisie, want in de waanwereld van marktmonopolie wordt helaas ook de schrijvende pers aangestuurd door de emotionele manipulatiedrang van de televisie.

Susanne Piët

Terug naar archief