WORKSHOPPEN*
uit: Emotiemanagement in de Praktijk
(met checklist, tests, oefeningen en ervarings- of belevingsuitwisselingen)

* Kies die onderdelen die je aanstaan en meld je met 4 relaties voor je eigen workshop, die Susanne Piët verder met je vormgeeft.

1) Het grondprincipe van Emotiemanagement en de bruikbaarheid

Basis: de driehoek Denken, Doen en Voelen

 

 

 

 



Dak van driehoek: regiecentrum

Conclusie:
Emotiemanagement wapent je op beslissende, zelf te bepalen momenten tegen het willoos ten prooi raken aan emoties. Het regelt je emotionele huishouding ten behoeve van je eigen voordeel. Is te gebruiken persoon- lijk (zelfmanagement) en in werksituaties.

Verkenning:
op welke momenten denk je Emotiemanagement te kunnen gebruiken?

Technieken:
boodschappen tegen jezelf
afleiding

2) Zelfmanagement

  • Reguleren eigen spanningsniveau voor het leveren van prestaties
  • Omgaan met aardig gevonden willen worden, en toch dingen gedaan willen hebben. Hoe netjes van iemand afkomen.
  • Omgaan met woede, jaloezie, depressie, stress
    Omgaan met (over)macht + kracht
    Omgaan met energie
    Omgaan met eigen handicaps
    Omgaan met innerlijke conflicten

3) Management verandering organisatie

Motiveren, stimuleren en omgaan weerstanden
Verandering
Analyse voorbeelden van succesvolle trajecten
Invoering: maatregelen
Maken van emotioneel handboek

4) Loyaliteit & Relatie: Management Medewerkers

Hoe ga je om met emoties (die je wel en die je niet concreet ziet) van je medewerkers? Hoe help je ze om gezond met zichzelf en elkaar om te gaan? Hoe maak je teamleden van ze? Wat betekent dat voor de traditionele instrumenten als:

  • Functioneringsgesprekken
  • Beoordeling
  • Slecht nieuwsgesprekken
  • Overleggen
  • Feedback geven
  • Sollicitatiegesprekken
  • Conflicthantering
  • Oefening + discussie

5) Functioneren als 'nieuwe' manager

De nieuwe manager bouwt zijn/haar gezag niet (meer) op hiërarchie, maar op autoriteit. De manager treedt dikwijls op als coach en bouwt aan een team. Dat is een netwerk van nuttige relaties, ze ondervinden zelfvertrouwen, competentie, en zijn in staat elkaar positief te waarderen.

Motiveren
Sfeer beïnvloeden
Verantwoordelijkheden (laten) nemen

6) Omgaan met creativiteit

Ken je de grenzen van wat kan in de organisatie? Ken je de grenzen van wat mensen kunnen? Ken je je eigen grenzen en ken je je eigen doelen?

Motiveren om ruimte te nemen
Stimuleren van ideeën-generering
Omgaan met spanning

7) Verkopen en adviseren

Verkopen is een avontuur. Welke signalen zijn relevant? Niemand verkoopt meer met succes producten of diensten. Het succes zit in emoties. Hoe werkt dat allemaal? Wat kun jij doen? Inzichtoefeningen en rollenspellen.

Omgaan met jezelf (emoties)
Omgaan met de prospect, klant (emoties)
Omgaan met klachten
Omgaan met de binnendienst

8) Omgaan met de buitenwereld

Draagvlak creëren
Expertmeetings
Inspraakrondes
Buurt: omgevingscommunicatie
Voorlichtingscampagnes

9) Omgaan met de media

Commercieel motief
Crisishantering
Recall
Voorlichting

10) Test jezelf:

Verken de nieuwe trekken die relevant zijn voor functioneren in werk, ook relevant voor werving, selectie en loopbaanbegeleiding.
Traditionele testen en metingen zijn irrelevant geworden voor het succesvol taxeren van de mogelijkheden van nieuwe personen voor de organisatie. Waar kun je nog meer naar kijken, maar hoe kun je mensen accepteren en waarderen?

Tegen aanwezigheid mensen kunnen;
Tegen verveling kunnen, of verslaafd zijn aan prikkels;
Confrontatie aandurven, harmonie willen;
Zelf initiatieven en verantwoordelijkheden kunnen nemen;
Stayers vs. sprinters kunnen volhouden (geduld);
Zicht op relatieve vs. absolute winst;
Zicht op halen en brengen.